Frankrijk wordt geconfronteerd met een van de meest intense brandencrises sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. Vooral in de regio Gironde is de situatie precair, waarbij een gebied van ruim 420 vierkante kilometer in vlammen is opgegaan. De branden kwamen op een kritiek punt terecht toen ze tot op 15 kilometer afstand van Bordeaux raakten, wat resulteerde in de evacuatie van circa 220.000 mensen.
Een beangstigend aspect van deze crisis is de detectie van pyrocumulonimbuswolken via radar, een fenomeen dat in deze regio voorheen niet op deze schaal werd waargenomen. Deze specifieke onweerswolken worden gevoed door de enorme hitte die vrijkomt bij grootschalige bosbranden. Volgens newscientist.com ontstaan deze formaties wanneer een krachtige kolom van vocht, rook en hete lucht razendsnel opstijgt in de atmosfeer.
Het mechanisme achter deze wolken maakt de brandbestrijding uiterst complex. Jean-Baptiste Filippi, verbonden aan de Universiteit van Corsica, vergelijkt de werking van deze wolken met een stofzuiger. De wolken trekken lucht aan en blazen tegelijkertijd gloeiende sintels naar buiten, waardoor het vuur zich razendsnel uitbreidt naar onbevochten gebieden. Een extra gevaar is dat deze cellen blikseminslagen kunnen veroorzaken, wat leidt tot nieuwe brandhaarden ver buiten de oorspronkelijke vuurlinie. Zoals zijn dergelijke vuurstormen nagenoeg onbeheersbaar omdat men geen controle heeft over een onweerscel.
In de regio Gironde werden deze wolken specifiek op 31 juli en 1 augustus gesignaleerd. Prefect Sophie Brocas gaf aan dat de lokale autoriteiten hiermee geconfronteerd werden met een geheel nieuwe dimensie van gevaar. Ondanks de destructieve kracht van deze meteorologische fenomenen zijn er tot op heden geen dodelijke slachtoffers gevallen, iets wat volgens Filippi gezien de intensiteit van de branden als wonderlijk kan worden beschouwd.
Hoewel Frankrijk nu voor het eerst deze wolken via radar vaststelt, zijn ze in andere werelddelen al langer een bekend gevaar. In Siberië, Noord-Amerika en Australië komen ze regelmatig voor bij gigantische natuurbranden. Een historisch voorbeeld is de 'Black Saturday'-brand in Australië in 2009, waarbij 173 mensen omkwamen door de escalatie die mede door dit type wolken werd veroorzaakt. In wordt gewaarschuwd dat deze fenomenen vaker in Europa zullen optreden.
De verwachting is dat door veranderende klimatologische omstandigheden bosbranden in Europa intenser en groter zullen worden. Hierdoor stijgt de kans dat de hitte voldoende is om zelfvoorzienende onweerssystemen te creëren. Dit betekent dat traditionele blusmethoden in de toekomst minder effectief kunnen zijn tegenover de overweldigende meteorologische krachten van een pyrocumulonimbus, zoals .