De wetenschappelijke gemeenschap staat voor een raadsel na nieuwe waarnemingen van de exoplaneet TOI-561 b. Deze super-Aarde, diep in het regime van de zogenaamde 'ultra-short period' (USP) planeten, zou volgens bestaande theoretische modellen al miljarden jaren geleden zijn atmosfeer moeten verliezen. Toch wijzen recente gegevens op het tegendeel.
TOI-561 b bevindt zich op een extreem korte afstand van zijn moederster, waardoor een volledige omloop in minder dan een dag wordt voltooid. Normaal gesproken zorgt de intense straling op zo'n korte afstand ervoor dat gassen uit de atmosfeer worden weggeslagen. Volgens een analyse van universetoday.com is de planeet echter geen kale rots, maar beschikt hij over een opvallend reflecterende atmosfeer.
Onverwachte data van de James Webb-telescoop
Hoewel de planeet al in 2020 werd ontdekt, boden de instrumenten van de James Webb Space Telescope (JWST) pas recentelijk de nodige precisie om de samenstelling van de wereld te onderzoeken. In een studie die is gepubliceerd in The Astronomical Journal wordt beschreven hoe de atmosfeer van deze lava-wereld een hoge mate van reflectiviteit vertoont. Eerdere aanwijzingen uit 2025 suggereerden al dat er vluchtige stoffen zoals water en koolstofdioxide aanwezig waren, wat verder wordt bevestigd in de berichtgeving van .
Een theoretische anomalie
De aanwezigheid van een luchtlaag op een planeet die zo zwaar wordt bestraald, wordt door experts als een anomalie beschouwd. Professor Lisa Dang van de University of Waterloo benadrukt dat deze bevinding de huidige wetenschappelijke aannames uitdaagt. De verwachting was immers dat de straling van de ster de atmosfeer allang had moeten elimineren, zoals dat vaak het geval is bij USP-planeten. Deze onverwachte wending dwingt astronomen om hun modellen over de stabiliteit van atmosferen op super-Aardes te herzien, zoals beschreven door .
De zoektocht naar de oorsprong
Onderzoekers, waaronder Samuel Boucher van de Université de Montréal, zoeken nu naar een verklaring voor het voortbestaan van deze gassen. Omdat een oorspronkelijke atmosfeer uit de vormingsperiode van de planeet onwaarschijnlijk is, richten zij zich op de theorie van een 'secundaire atmosfeer'.
Een secundaire atmosfeer ontstaat niet tijdens de geboorte van de planeet, maar door latere processen. Een belangrijke kandidaat hiervoor is 'off-gassing', waarbij gassen uit de kern van de planeet door het oppervlak naar buiten treden. Dit proces suggereert dat er actieve geologische interacties plaatsvinden in het binnenste van de planeet. De combinatie van een gesmolten oppervlak en een reflecterende gaslaag maakt TOI-561 b tot een uniek laboratorium voor de exoplanetologie. Volgens helpt deze ontdekking wetenschappers om de grenzen van atmosferische overleving beter te begrijpen.