Voor het eerst is er binnen een universitaire omgeving een jong van de kortbek-egnas (Tachyglossus aculeatus) geboren en succesvol grootgebracht. Deze gebeurtenis vond plaats aan de Macquarie University in Sydney en markeert een belangrijke stap voor het biologisch onderzoek. Hoewel het fokken van deze dieren in wildreservaten of dierentuinen eerder al is gelukt, was het tot nu toe niet mogelijk om een stabiele onderzoekskolonie binnen een academische instelling te vestigen.
De geboorte van het jong, dat in de vakliteratuur en volksmond een 'puggle' wordt genoemd, is het resultaat van intensieve inspanningen. Volgens newscientist.com bleken eerdere pogingen om een dergelijke populatie voor wetenschappelijke doeleinden op te zetten stelselmatig vruchteloos, aangezien de soort zeer moeilijk in gevangenschap te fokken is.
Het onderzoeksteam, dat wordt geleid door Oliver Griffith, heeft het diertje inmiddels succesvol laten opgroeien. Om de ontwikkeling van de puggle nauwkeurig te kunnen monitoren, was het onlangs noodzakelijk om het jong tijdelijk uit de buidel van de moeder, een vrouwtje genaamd Kootear, te halen. Om deze weging veilig te kunnen uitvoeren, moest het moederdier onder narcose worden geplaatst, zoals beschreven door .
De wetenschappelijke waarde van deze doorbraak ligt in de unieke biologie van de egnas. Deze dieren maken deel uit van de monotremen, een kleine groep zoogdieren die eieren leggen in plaats van levende jongen te baren. Naast de kortbek-egnas bestaan er wereldwijd nog slechts vier andere soorten monotremen: het vogelbekdier en drie varianten van de egnas uit Nieuw-Guinea. Omdat monotremen waarschijnlijk een oudere evolutionaire lijn vormen dan de placentale zoogdieren, biedt de aanwezigheid van een jong in een gecontroleerde laboratoriumomgeving ongekende mogelijkheden voor onderzoek.
Een centraal onderdeel van de huidige studie richt zich op de chemische eigenschappen van de eieren. Oliver Griffith stelt dat het analyseren van de chemische samenstelling van de eierschaal kan helpen om de verschillen met reptielen bloot te leggen. Deze data kunnen volgens cruciale informatie verschaffen over het moment waarop de evolutionaire paden van zoogdieren en reptielen uiteengingen.
Door de directe toegang tot zowel de moeder als het pasgeboren jong kunnen de onderzoekers in Sydney observaties doen die in het wild of in commerciële dierentuinen onhaalbaar zijn. De focus ligt hierbij specifiek op de overgangsfase van het ei naar de verdere ontwikkeling in de buidel. Deze unieke biologische mechanismen kunnen fundamentele vragen beantwoorden over de vroege geschiedenis van de zoogdieren en de evolutie van de zwangerschap, zoals verder uitgelicht door .