Wetenschappers hebben de genetische afkomst onthuld van een man die meer dan duizend jaar geleden werd begraven in het Menga-dolmen, een massief prehistorisch stenen graf in Zuid-Spanje. De DNA-analyse toont aan dat de man voorouders had uit Iberië, Noord-Afrika en het oostelijke Middellandse Zeegebied, wat nieuw licht werpt op de verbondenheid van middeleeuwse samenlevingen.
Bijzondere begrafenis in prehistorisch monument
Het livescience.com, gebouwd rond het vierde millennium voor Christus, behoort tot de grootste en bekendste megalithische graven van Europa en maakt deel uit van een UNESCO-werelderfgoedlocatie. Hoewel het monument oorspronkelijk diende als gemeenschappelijke begraafplaats uit het neolithicum, wijst archeologisch bewijs erop dat de locatie later opnieuw werd gebruikt door latere samenlevingen.
Bij opgravingen in 2005 werden twee volwassen mannen aangetroffen in de atrium van het dolmen. Volgens archaeologymag.com vonden deze begrafenissen plaats tussen de 8e en 11e eeuw na Christus, tijdens de vroege middeleeuwen toen dit gebied deel uitmaakte van Al-Andalus. De lichamen waren zorgvuldig gepositioneerd: beide mannen lagen op hun buik in afzonderlijke kuilen, uitgelijnd met de centrale as van het monument.
Complexe genetische samenstelling
Marina Silva van de University of Huddersfield slaagde erin om uit het beschadigde DNA van één van de mannen een genetisch profiel samen te stellen. De analyse onthulde een opmerkelijke mix van voorouders. Volgens earth.com toonde het onderzoek aan dat de vaderlijke lijn van de man Europees leek, terwijl zijn moederlijke lijn hem verbond met mensen die nu in Noord-Afrika leven.
Het genetische profiel plaatste de man dicht bij middeleeuwse populaties uit Spanje en Italië, maar ook bij Noord-Afrikaanse bevolkingsgroepen. Dit patroon ontstaat wanneer langdurige migratie families over de zee heen vermengt, waarbij erfelijke fragmenten uit verschillende regio's in één persoon samenkomen.
Technische uitdagingen bij DNA-analyse
Het verkrijgen van bruikbare genetische informatie bleek een grote uitdaging. De meeste genetische materiaal was al afgebroken, met minder dan één procent bruikbaar menselijk DNA over. Om überhaupt iets te kunnen redden, gebruikte het team SNP-verrijking, een methode die geselecteerde genetische markers uit beschadigde monsters haalt.
Deze extra stap leverde ongeveer 72.500 bruikbare markers op van de ene man, maar slechts ongeveer 9.200 van de andere. Omdat het tweede lichaam ook tekenen van besmetting vertoonde, konden onderzoekers geen betrouwbaar genetisch profiel van deze persoon opstellen, popularmechanics.com.
Religieuze betekenis blijft onduidelijk
Hoewel de genetische afkomst nu bekend is, blijft de religieuze identiteit van de begraven mannen een mysterie. De begrafenis vertoont enkele kenmerken die passen bij islamitische gebruiken uit die periode – beide mannen werden zonder grafgiften begraven en lagen op hun buik. Echter, de bewuste uitlijning met het dolmen zelf onderscheidt deze begrafenissen van typische islamitische begraafplaatsen in de regio.
De onderzoekers stellen in hun studie, gepubliceerd in het Journal of Archaeological Science: Reports, een interpretatie voor die is gebaseerd op historische verslagen en het bredere archeologische context van het middeleeuwse fenomeen van hergebruik van prehistorische monumenten op het Iberisch schiereiland.
Blijvende betekenis van het monument
De bevindingen tonen aan dat het Menga-dolmen zijn symbolische en rituele betekenis behield gedurende bijna vier millennia na de bouw. Dit werpt nieuw licht op hoe prehistorische monumenten hun betekenis behielden voor opeenvolgende samenlevingen, lang nadat hun oorspronkelijke bouwers waren verdwenen.
Het onderzoek illustreert ook hoe diep verbonden middeleeuwse samenlevingen waren over de Middellandse Zee heen. Een eerdere middeleeuwse studie uit oostelijk Iberië vond dat Noord-Afrikaanse voorouders meer gevestigd raakten tijdens de islamitische heerschappij. Nog eerder had een grootschalig onderzoek naar oude genomen al Noord-Afrikaanse contacten in Iberië getraceerd tot veel vroegere perioden.
De ontdekking onderstreept het belang van oude DNA-analyse voor het begrijpen van historische migratiepatronen en culturele continuïteit. Hoewel veel vragen onbeantwoord blijven – met name over de precieze religieuze overtuigingen van de begraven mannen – biedt het onderzoek waardevolle inzichten in hoe monumenten uit het stenen tijdperk een blijvende heilige rol speelden in latere samenlevingen.